dinsdag 28 februari 2012

African time

Stilaan ben ik aan het Afrikaniseren. De Kenianen hebben me zelfs zover gekregen dat ik eraan denk om mijn horloge uit te doen! Het is een lelijk ding en daardoor van geen enkele waarde in Afrika.
‘Swahili-tijd’ wijkt sterk af van de stiptheid die wij gewend zijn. Hun concept van punctualiteit is, om het zachtjes uit te drukken, rekbaar. Vaak refereert men hier zelf bij wijze van grap aan als BMT (black man’s time).
Meneer Mototya vertelt me dat als een vergadering wordt belegd om 08:30 uur, deze pas op gang kan komen omstreeks 09:30. Als je met een vriend afspreekt om 09:00 uur, betekent dit dat je pas op dit uur naar de afspraak vertrekt. Het maakt daarbij niet uit hoe lang je onderweg bent. Meneer Mototya vertelt me een leuke anekdote: ‘Vorig jaar sprak ik met een vrijwilligster af om naar de kerk te gaan. We spraken af om negen uur ’s morgens. Ik schrok me een bult toen het meisje om negen uur stipt bij mijn thuis aanklopte! Ik lag nog in bed en durfde de deur niet open te doen. Ik heb haar dan maar even laten wachten.’
De omgang met de Kenianen leert me dat te laat komen helemaal niet persoonlijk moet worden opgevat. ‘Dingen’ gebeuren nu eenmaal. Ik merk dat leerkrachten de westerse obsessieve punctualiteit zelfs grappig vinden.
Twaalf uur ’s middags. Het scoutingkamp loopt stilaan op zijn einde. Ik heb al enkele keren aan de begeleiders gevraagd of het vervoer naar huis geregeld is. Ik ben echt moe en weet intussen dat ‘stiptheid’ niet in de Keniaanse Prisma staat. Madam Fatuma drukt me op het hart dat ik me absoluut geen zorgen hoef te maken: ‘Don’t worry, everything will be alright.’ Een uur later. Nog steeds niemand te zien. Langzaam dringt het tot me door dat er helemaal niets geregeld is. Best wel grappig eigenlijk. Twee uur ’s middags. Eindelijk!! Onze matatu rijdt het terrein op. Nu hoeven we alleen nog te wachten op de vrouw van Kim4love. Voor de vierde keer check ik of onze leerkrachten haar hebben gecontacteerd. Doodleuk antwoorden ze dat ze haar telefoonnummer niet hebben. ‘Geen probleem toch? We gaan wel met één busje naar huis.’ Ik sta perplex. Met 24 kinderen, 7 volwassenen, drie tenten, matrassen en een heleboel keukenmateriaal in een busje dat in België maximum 7 personen mag vervoeren?  Dit hou je toch niet voor mogelijk?! Plots rijdt onze matatu weg. De chauffeur vindt het wachten maar tijdverlies en beslist om andere klanten te gaan zoeken. Tijd voor ACTIE. Muzungu zal het hier eens gauw regelen. Ik bel Katrien en dan moet zij maar iets regelen. Tuut…tuut…tuut… Broken network! Een ongeluk komt ook nooit alleen. Een half uur later (het is nu ongeveer half drie) kan ik het thuisfront dan toch bereiken. We spreken af dat een deel van onze groep de gereserveerde matatu neemt, en dat wij met de rest het openbaar vervoer nemen. Vier uur. Na een wilde rit, met 21 sardientjes in een veel te klein blik op wielen helpen we een overstekende koe op een haar na om zeep, komen we eindelijk thuis aan!
Thuis praten Stijn en ik na over deze waanzinnige dag. We hebben de indruk dat wij de enigen zijn die zich druk gemaakt hebben. Geen enkel kind heeft gezeurd. De leerkrachten hebben hun goed humeur geen moment verloren. Onze goede bedoelingen en bezorgdheid hebben misschien voor onnodige drukte gezorgd. Is het wel aan ons om deze relaxte levensstijl proberen te veranderen? Ik denk steeds meer van niet. Misschien moeten wij wel een voorbeeld nemen aan de stressloze Kenianen. 

1 opmerking:

  1. Een oprechte bewustwording Quinten... Die draag ik ook een beetje in me mee... Hoe beviel het kamp zelf? Levenslessen? Enjoy! GRTZ Hilde

    BeantwoordenVerwijderen