woensdag 15 februari 2012

Ik wil iets betekenen…
Tijdens de observaties heb ik tijd om na te denken over wat ik kan en wil doen. Mijn verblijf in Kenia moet een meerwaarde zijn voor de school en voor de gemeenschap rondom de school. Katrien vertelt me dat we goed bezig zijn.
Wat hebben we tot nu toe bereikt?
Onze aanwezigheid brengt volgens mij automatisch structuur met zich mee. Wij zijn het gewoon om ons aan gemaakte afspraken te houden. Nu wij hier zijn, moeten de Keniaanse leerkrachten wel mee op de kar springen. Pijnpunten en afspraken die niet nagekomen worden, komen onverbiddelijk bloot te liggen.
Ik denk dat mijn taak op de Rainbow4kids Primary School twee aspecten omvat: ik wil zoveel mogelijk individuele leerlingen beter maken (op zoveel mogelijk domeinen) en daarnaast wil ik ook de school als organisatie efficiĂ«nter laten werken. Mijn ervaringen leren me dat ik omzichtig te werk moet gaan. Bruuske veranderingen leiden tot conflicten. En dat wil ik nu net vermijden. Ik wil vertrekken vanuit respect en vertrouwen. Enkele concrete voorbeelden verhelderen dit uitgangspunt. 
  • Ik groet iedere leerkracht persoonlijk. Ik geef hen een hand en vraag hoe het met hen is. 
  • Ik eet en drink alles op wat de leerkrachten me aanbieden. 
  • Ik draag gepaste kledij (lange broek en sobere T-shirts). 
  • Ik toon interesse en probeer me leergierig op te stellen. Ik benadruk dat ik nog student ben en dat ik hier ben om te leren. De Keniaanse leerkrachten groeien als ik dat zeg. Na iedere les haal ik enkele concrete voorbeelden aan van dingen die ik goed vind.  
  • Ik probeer het gedrag van de leerlingen positief te bekrachtigen. Tijdens de speeltijden zoek ik hen op. Ik wil zoveel mogelijk praten met de kinderen. Waarover? Dat doet er nu nog niet toe.  
  • Ik stel me open voor nieuwe dingen en probeer zoveel mogelijk betrokken te worden bij de activiteiten. Over twee weken gaan de scouts op kamp. Ik heb al enkele activiteiten bijgewoond (de zgn. clubs). De verantwoordelijke leerkracht staat er nu op dat ik mee ga op kamp. Hij belooft me dat het een unieke ervaring zal zijn.
Een eerste vruchtje?
Gabriel is een jongen uit klas 4. Het valt me op dat hij extra gemotiveerd is. Hij lijkt wel een ondersteunende leerkracht. Toevallig vang ik een gesprek van Katrien op. Ze vraagt hoe het met Gabriel gaat. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken en meng me in het gesprek. Gabriel blijkt een probleemgeval te zijn. Hij dubbelt en zijn gedrag is onaanvaardbaar. Ik begrijp er niets van! Ik vertel over mijn ervaringen. Katrien is in de wolken. Ze roept de jongen en overlaadt hem met complimenten. De jongen straalt. Hij bedankt me met een brede glimlach en twinkelende oogjes. Katrien merkt dit op en vraagt of ik me over hem wil ontfermen. Met veel plezier aanvaard ik deze taak! Onze band wordt steeds sterker. Tijdens het uitreiken van de rapporten ben ik zo fier als een gieter. Gabriel wordt voor de allereerste keer op het podium geroepen. Hij behoort nu tot de betere leerlingen van zijn klas!

Voorbereiding op de eerste actieve lessen – wiskunde

Vanaf volgende week geven we zelf les. Tijdens de eerste dagen beperken we ons tot wiskunde. Ik heb al een rekenles besproken en daarin heb ik enkele pijnpunten blootgelegd. Nu wordt het tijd om te beslissen hoe ik het zelf ga aanpakken. Ik heb nog geen onderwerpen gekregen. Daarom schets ik nu een algemeen kader. Dit weekend wordt dat concreet ingevuld.

1. Introductie
Aan het begin van de les wordt het doel aangegeven. De titel en de hoofddoelstellingen worden op het bord geschreven. Daarnaast probeer ik de nieuwe leerstof te linken aan reeds bestaande kennis. Ik merk dat de kinderen op onze school context missen. Een realistische context is een houvast, een ankerpunt waaraan nieuwe kennis wordt vastgemaakt. Dit is een absolute must, we slaan immers pas dingen op in ons permanent geheugen vanaf het moment dat ze vastgehecht zijn aan bestaande kenniselementen. Concreet betekent bijvoorbeeld dit dat ik komaf wil maken met de kale rekensommen die de kinderen nu voorgeschoteld krijgen. Rekenen moet betekenis krijgen. Zeker onder gegeven omstandigheden moet rekenen functioneel zijn. Ik besef dat dit geen gemakkelijke opgave is. Als westerling ken ik het Keniaanse leven (nog) niet goed. Wat is functioneel? Welke contexten zijn realistisch?

2. Instructie
De instructie moet kort, duidelijk en krachtig zijn. De kinderen worden moe van lange instructies. De aandachtsspanne van een kind reikt van nature al niet ver. Deze fase mag dan ook niet langer dan 5 minuten duren. Ik merk dat de leerkrachten zich vastklampen aan doceren. Andere werkvormen lijken onbestaande. Ellenlange monologen zorgen ervoor dat veel leerlingen afhaken. Dit is niet zinvol. Zeker als je bedenkt dat de meeste lessen pure herhaling zijn.

3. Klassikale inoefening
Ook deze fase hoeft niet lang te duren. Sterke leerlingen, die de leerstof reeds onder de knie hebben kunnen de klassikale inoefening (en de instructie eigenlijk ook) in principe best overslaan. Ze gaan meteen over tot verrijkende of verdiepende oefeningen. Minder sterke kinderen hebben er wel nood aan.

4. Individuele verwerking
 Deze fase vormt voor mij de grootste uitdaging. De leerlingen moeten zelfstandig leren werken. Ze moeten hun werk plannen en zich houden aan een vooropgestelde timing. Het is de bedoeling dat ik tijdens deze fase zwakkere leerlingen kan opsporen en begeleiden. Ik denk eraan om te werken met een beloningssysteem. Zo probeer ik de leerlingen te motiveren om geconcentreerd en op tempo te werken.

5. Afronding

Dit is een onbestaande fase in Kenia. Ze is nochtans enorm belangrijk! Sterke en zwakke leerlingen komen samen. Een sterke leerling kan bijvoorbeeld een verrijkingsoefening aan bord maken om de anderen uit te dagen om een stapje verder te zetten. Moeilijkheden en problemen worden besproken. Ook positieve elementen worden aangehaald. Dit moment vormt immers reeds de opstap naar de volgende rekenles. Motivatie is bij alle fasen van onschatbaar belang!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten