dinsdag 27 maart 2012

Examens

De examens staan weer voor de deur. Zelfs de kleuters en peuters moeten (schriftelijke!) toetsen afleggen. Mister James koopt de examens bij een lokale boekhandel aan 70 Ksh per leerling. Alles is hier busines. De overheid stelt de examens op en verkoopt ze dan aan drukkers over het hele land. De geprinte versies belanden bij boekhandels en die verkopen de examens op hun beurt aan de school. Winst gegarandeerd, de scholen (zowel privé als publiek) zijn immers verplicht om deze examens af te nemen. Opdat alles eerlijk verloopt, vraagt James ons (de vrijwilligers) om de examens te tellen en te controleren op drukfouten. De Keniaanse leerkrachten mogen ons tijdens dit werk niet ‘storen’. James ontzegt hen zelfs de toegang tot de lerarenkamer. Tijdens het afnemen van de examens mag de klas- of vakleerkracht niet in zijn eigen klas toezicht houden. De verleiding tot vals spelen zou ook dan weer te groot worden. ‘Als de kinderen slechte resultaten behalen, is dat vaak de fout van de leerkracht.’, is volgens Raphaël en Ibrahim de achterliggende gedachte.
Bij de voorbereiding op de examens stel ik mij weeral vragen. De leerkrachten geven de dagen voor de examens geen les. Ze zeggen dat ze de kinderen niet in de war willen brengen met nieuwe leerstof. Dus gaan ze maar op een rijtje op de gang zitten en wachten ze daar tot de kinderen vragen komen stellen. De leerlingen herhalen zelfstandig en willekeurig de leerstof van het voorbije trimester. Natuurlijk hebben de kinderen niet voldoende zelfdiscipline en overzicht om gericht en zinvol te herhalen. Daarom ga ik gewoon verder met mijn lessenreeksen. Ik vind het echt onnodig tijdverlies en vermoed dat de Keniaanse leerkrachten gewoon de gemakkelijkste weg bewandelen.

Wiskunde – Meten (lengte)

De leerlingen hebben geen flauw benul van de conventionele lengtematen. Enkele treffende voorbeelden illustreren dit:
-          ‘De afstand van hier tot Mombassa? Wel meer dan 1000 meter!’
-          ‘De lengte van de meester? Een meter of 200…’
-          De afstand van het bord tot de vlaggenpost? 20 centimeter.’
Ik start dan maar van bij het begin. De leerlingen moeten zich bewust worden van hun eigen lichaam en dat inschakelen om afstanden in de schatten. Met natuurlijke eenheidsmaten en hun eigen lichaamsdelen meten de leerlingen de lengte van voorwerpen in de klas. Het bord is vijf handen hoog, het lokaal is tien stappen breed, de banken zijn zes stokjes lang, … De precisie waarmee de kinderen meten, verwondert me. Nu moeten we de overgang proberen te maken naar conventionele eenheidsmaten (de meter, de decimeter, …) Dat lukt maar als de leerlingen er de noodzaak van inzien. Ik laat hen opnieuw enkele voorwerpen opmeten met stokjes en linten en stuur hen daarna op pad. Ze moeten een meetlat van drie stokjes lang, een potlood van een half lintje, … zoeken. De andere leerkrachten kijken natuurlijk verbaasd op als mijn kinderen hun klas binnenkomen met zo’n vreemde vragen. De kinderen komen terug naar de klas en leggen hun probleem uit. Zo komen we stap voor stap tot de conventionele eenheidsmaten. Nu moeten ze op één of andere manier vat krijgen op de lengte van een meter, een decimeter, een centimeter en een millimeter. Ik leer hen enkele trucjes (vb. een decimeter is de afstand van je oog tot je kin, een meter is een stap, een centimeter is de breedte van je pink). We maken er een uitbeeldspel van en dat leidt tot bevredigende resultaten. Nu de leerlingen kennisgemaakt hebben met de conventionele eenheidsmaten is het tijd om te leren schatten. Ik leer hen van meet af aan dat de schatting steeds voorafgaat aan het meten. Schatten is bovendien niet raden! Ze gebruiken de aangeleerde trucjes en zien in dat het controlemechanisme werkt. Tijdens de laatste lessen zijn we reeds omzettingen van meter naar decimeter en van decimeter naar centimeter aan het doen. Met een tabelletje lukt dat heel aardig! De kinderen zien heel duidelijk dat bijvoorbeeld tien decimeter overeenkomt met één meter. De wisselwerking met de trucjes en het daadwerkelijk meten zorgt hopelijk voor de verhoopte resultaten. Mister Ibrahim en ik zijn alvast enthousiast!

‘If you argue with a fool, you are also a fool.’

De klusjesman van de school laat het de laatste tijd nogal afweten. Ik heb zand gekocht voor de kindertuin en dat zand ligt nog steeds voor de schoolpoort. Doordat de oudere kinderen op de berg spelen, verspreidt het kostbare zand zich en waait een deel van mijn geld gewoon weg. Ik heb er genoeg van en zeg tegen Ibrahim dat ik de klusjesman eens goed mijn gedacht ga zeggen. Hij heeft ondertussen genoeg waarschuwingen gekregen van de directie en de beheerraad. Ibrahim komt op de proppen met een ander voorstel. We roepen de leerlingen bij elkaar en doen het gewoon zelf. ‘If you argue with a fool, you are also a fool.’, zegt hij er nog bij. Oké dan maar! Actie! Iedereen werkt zich uit de naad. De kinderen lachen omdat ik na vijf minuten al doorweekt ben van het zweet. Maar ik ga hier niet onderdoen voor een stel pubers… :-) Na een halfuur word ik al gepromoveerd van een moederskindje tot een verdraaid taaie kerel! Noteer trouwens dat het cliché dat Afrikanen lui zijn bij deze volledig ontkracht is! 



1 opmerking: